Rheingau, bakermat van Duitse wijn

Eindelijk, een verkenning van de Rheingau. Na vele van haar wijnen geproefd te hebben, wilde ik deze wijnstreek ter plaatse bestuderen. Hier komen geschiedenis en wijnkwaliteit samen in 2 druiven die er elk hun hoofdrol spelen.

Kern van Duitsland’s wijngeschiedenis

Het was Karel de Grote die begin 800 een impuls gaf aan de wijnbouw in Duitsland evenals in Frankrijk. Als koning van het Frankische Rijk van 768 tot 814 stimuleerde hij de bouw van kloosters. Daar zag men het als een plicht, en als noodzaak voor de productie van miswijn, om de kennis van wijn maken te bewaren en uit te breiden. Vanaf de jaren 900 tot ongeveer 1300 werd het ook warmer in Noord-Europa wat dus goed was voor de druiventeelt. Toen de zoon van Karel de Grote, Lodewijk de Vrome, overleed, werd het rijk verdeeld over zijn 3 zonen. Zo ontstond in 843 het Oost-Frankische rijk dat al snel het rijk der Teutonen of gewoon Duitsland genoemd werd. Dit transformeerde vanaf ongeveer 962 tot het Heilig Roomse Rijk.

Het Midden-Frankische rijk hield, na een aantal opdelingen en verdragen, in 880 al op te bestaan. Eigenlijk was zo de basis gelegd voor wat vandaag Frankrijk en Duitsland zijn. Tijdens de vele politieke omwentelingen, erfeniskwesties en oorlogen hielden de monniken in de kloosters de wijnbouw in stand. Ze verbeterden niet alleen de technieken maar brachten vooral nauwgezet alle wijngaarden in kaart. Algemeen bekend zijn de stichting, in de Rheingau, van de Cisterciënzer abdij Eberbach ergens in 1136 en de stichting van de Benedictijnse abdij Johannisberg in 1106. Vooral klooster Eberbach had een goede reputatie voor zijn innovatieve methodes.

Ook voor de ontwikkeling van riesling als wijndruif speelden kloosters een belangrijke rol. In 1435 maakte klooster Eberbach al melding van deze druif in de wijngaard. In 1778 vaardigde de aartsbisschop en laatste keurvorst van Trier, Clemens Wenceslaus, een decreet uit waarin hij wijnbouwers opdroeg om slechte wijnstokken, veelal Franse, te vervangen door goede als riesling en elbling. Deze periode was gekenmerkt door onenigheden tussen protestanten en katholieken die reeds tijdens de Dertigjarige oorlog in 1618 de calvinisten aan de Rijn strijd deed leveren met Spanjaarden, Italianen en Fransen. In die oorlog waren vele wijngaarden verwoest. Door Wenscelaus werd de basis van de alomtegenwoordigheid van riesling vandaag gelegd.

In 1871 verliezen de Fransen een desastreuse oorlog tegen de Pruisen. Het Franse keizerrijk viel, Napoleon III werd afgezet en met de vrede van Frankfurt op 10 mei 1871 waren de gevechten beëindigd en een nieuw Duits rijk opgericht. Wijnmakers in dit nieuwe Duitse rijk onder keizer Wilhelm I en zijn kanselier Otto von Bismarck kregen steeds meer ambitie na het overwinnen van de druifluis rond 1881. Aan het einde van de 19de eeuw beleefde Duitse wijn een immense bloeiperiode. Na de tweede wereldoorlog zorgde de grote vraag naar fruitige witte wijnen tot een grote uitbreiding van het wijnareaal. De bijna verdubbeling van de wijngaarden, en dat vaak ook op vlakke delen in het dal, ging soms ten koste van de kwaliteit. Wijnen uit andere landen maakten hun opmars en de vraag naar de bekende, vaak zoete, witte wijnen nam af.

De Duitse wijnwetgeving van 1971 installeerde een kwaliteitssysteem op basis van het suikergehalte tijdens de oogst. Dat staat los van de restsuiker in de wijn. Een spätlese kon dus zowel droog als zoet zijn. Maar voor vele jaren was dit niet duidelijk op het etiket. Dat vond de consument best moeilijk. Moderne technieken hebben vervolgens geleid tot lagere prijzen. En plots stond Duitse wijn gelijk met goedkope, vlot drinkbare en vaak mierzoete makkelijke wijntjes. De afzet daalde snel en wijnbedrijven hadden het erg moeilijk. Vanaf 1995 ongeveer begon men in te zien dat het goedkope imago niet echt bijdroeg aan de omzet. Er werd dus beslist om de opbrengsten te verlagen, echt rijpe druiven te oogsten, voorkeur te geven aan handmatig oogsten, etiketten te verduidelijken en de werkzaamheden in de kelder te verbeteren.

Riesling en spätburgunder in de hoofdrol

Riesling is, zoals gezegd, van oudsher de basis van Rheingau’s wijnkwaliteit. Ongeveer 80% van de wijngaarden is met deze druif beplant. Nummer twee is pinot noir die in Duitsland spätburgunder word genoemd. De resterende 7 à 9% van de 3.200ha wijnvelden zijn internationale druivenrassen als pinot gris en chardonnay. Zowat 129 apart geïdentificeerde wijngaarden strekken zich uit op de oevers en hellingen van de Rijn die bij Wiesbaden naar het Westen afbuigt en bij Rüdesheim weer naar het Noorden stroomt. Die natuurlijke bocht kreeg de rivier door het Rheingaugebergte, een uitloper van de Taunus die Rijn dwingt van richting te veranderen.

In deze natuurlijk gevormde bocht van de brede waterloop vinden we tussen Lorch, via Frankfurt Am Main, tot Wiesbaden over ongeveer 50 kilometer onze Rheingau, een van de meest gerenommeerde wijngebieden van Duitsland. Het brede Taunusmassief beschermt de wijnregio tegen koude noordenwind. Wijngaarden liggen daar grotendeels op de noordelijke oever gericht naar het zuiden. De Rijn slaat bovendien warmte op en reflecteert ook licht naar de hellingen. Vanaf Rüdesheim worden de hellingen veel steiler en het dal smaller. Dit verklaart een fundamenteel verschil met bijvoorbeeld de Moezel. Rheingau-Riesling krijgt gemiddeld relatief gemakkelijk voldoende rijpheid terwijl de natuurlijke zuurgraad van riesling goed behouden blijft.

Riesling past hier bijzonder goed omdat hij niet alleen laat rijpt en zijn zuren lang vasthoudt maar tevens zeer sterk reageert op verschillen in bodem, expositie en waterhuishouding. Die andere cruciale druif, spätburgunder vinden we vooral rond Assmannshausen, met Höllenberg als bekendste wijngaard, op warme, steile leistenen en fyllietachtige hellingen. Een belangrijke misvatting is dat Rheingau één bodemtype heeft. Het gebied is klein, maar geologisch verrassend heterogeen. Het Deutsches Weininstitut noemt onder andere kalk, zand, grind, verschillende kleisoorten, löss, kwartsiet en leisteen als vastgestelde ondergronden.  Grofweg wordt het westelijke, lagere Rheingau vanaf Rüdesheim richting Assmannshausen en Lorch gedomineerd door Taunuskwartsiet, leisteen en andere arme gesteentebodems. In het centrale en oostelijke Rheingau komen veel meer löss, klei, zand, grind en mergel voor.

Die bodemdiversiteit helpt om moderne droge top-Rheingau riesling te maken. De beste voorbeelden combineren rijp citrus- en steenfruit, abrikoos of perzik, hoge maar geïntegreerde zuren, veel extract en een stevige, soms bijna zoutige, of stenige structuur. Met flesrijping komen klassieke rieslingtonen als gedroogd fruit, kruiden, honing, rook en petroleumachtige aroma’s naar voren. Belangrijk is dat de streek tegelijkertijd haar historische zoete stijlen niet heeft opgegeven. Daardoor beschikt Rheingau over een uitzonderlijk breed aanbod: droge wijn voor gastronomie en fijne genietwijnen, Kabinett en Spätlese als lichtere of restszoete stijlen, en Beerenauslese of Trockenbeerenauslese als zeldzame collectiewijnen. Dat helpt internationaal aan succes.

Evenveel succes hebben de Rheingau wijnen van pinot noir of spätburgunder. De beste wijnen proberen Bourgogne niet letterlijk te kopiëren. Vooral rond Assmannshausen krijgen ze door steile hellingen en een relatief koel microklimaat maar ook door bodems van leisteen of fylliet, dat nog meer druk heeft ondergaan als gesteente en kleinere fijnere bodemdeeltjes oplevert, een heel eigen signatuur. Deze wijnen kenmerken zich door fris rood tot donkerrood fruit, levendige zuren, fijnkorrelige tannine, kruidigheid en een opvallend stenig of mineraal karakter, waarbij nieuw hout steeds minder de hoofdrol speelt.

Acht verschillende Rheigau’s

Van rechts naar links doorheen de Rheingau zijn er simpel samengevat acht stijlen te ontdekken al valt de invloed van elke individuele wijngaard en het werk van de wijnmaker niet te verwaarlozen natuurlijk. Nabij Hochheim, dat niet aan de Rijn maar aan de Main ligt, vinden we diepe bodems met veel löss en mergel. De rieslings die daar vandaan komen zijn vaak warm en sappig. Iets verder in Rauenthal is er beduidend meer ventilatie in de wijngaarden. Ze liggen hoog tegen de Taunus en ’s nachts komt er koude lucht uit de Taunusbossen. Hier vinden we veel stenen, fylliet en kwartsiet, en de wijnen krijgen door de verkoeling een hoge aromatische precisie in een redelijk strakke stijl. Commercieel minder gekend en dus ietwat onderschat maar dit is voor de liefhebbers van koele aromatische wijnen. Topwijngaarden zijn de Baikenkopf en de Nonnenberg die exclusief van Georg Breuer is.

Kiedrich heeft dezelfde stenige bodems met heel veel fylliet en ook verkoeling van de bossen. Dat geeft koele rieslings die veel mineraliteit en concentratie hebben waarbij de zuren voor een bijzondere spanning zorgen tot in de afdronk. Bekend hier is de Gräfenberg. De bodem bestaat vooral uit stenig fylliet met lössleem. De löss-leemcomponent kan water vasthouden, terwijl de stenige fyllietbodem drainage en diepe beworteling mogelijk maakt. Daardoor heeft Gräfenberg een zeer interessante waterbalans. Het resultaat is doorgaans een minder “zonovergoten” riesling dan bijvoorbeeld die van de Berg Schlossberg in Rüdesheim. De wijngaard behoorde in historische Pruisische classificaties tot de hoogste categorie. De 1893 Kiedrich Gräfenberg Auslese werd aan keizerlijke en koninklijke hoven verkocht. Meer dan honderd jaar geleden al beschouwde men dit als een van de grote herkomsten voor witte wijn van Europa.

Terug naar diepe Rijnbodems met veel lössleem en mergel op lager gelegen wijnvelden doen we in Hattenheim. Hier vervult de Rijn ten volle zijn functie van thermische buffer en lichtreflector. De rieslings ruiken er vaak naar geel fruit en zijn soepel van smaak. Nussbrunnen en Wisselbrunnen zijn bekende kwaliteitsplekken maar nog bekender zijn de Steinberg en de Goldenen Becher. Die Steinberg is van Kloster Eberbach en is een van de beroemdste ommuurde wijngaarden van Duitsland.

Vrijwel in het midden van de Rheingau vinden we Jonannisberg. Historisch natuurlijk bekend van het Schloss Johannisberg. De Rijn reflecteert het zonlicht en het bos in het noorden beschermt tegen al te koude wind. Eerst treffen we een diepe lössleem laag aan met daaronder een bodem van Taunuskwartsiet. Minder mineraal, minder ‘nerveus’ maar uitgesproken harmonieus met een lang bewaarpotentieel karakteriseert hier de rieslings. Iets anders is de Johannisberger Hölle. De bodem is daar steniger met Taunuskwartsiet en kiezelige leem, op een goed geëxponeerde helling. Dat kan een strakkere, meer minerale en minder voluptueuze stijl geven dan Schloss Johannisberg zelf.

In Rüdesheim verandert plots alles. Dat zie je al bij de spectaculaire Rüdesheimer berg. De Rijn maakt hier zijn noordwaartse bocht. Hellingen zijn hier veel steiler en de lössleem heeft plaats gemaakt voor fylliet, kwartsiet en andere leisteenachtige gesteenten. Rieslingwijnen zijn hier vaak krachtig, rokerig, kruidig, stenig en geconcentreerd. Kaisersteinfels, Roseneck, Rotland en Schlossberg zijn de vier referenties hier. De Rüdesheimer Berg Schlossberg ligt helemaal aan het westelijke uiteinde van de klassieke Rheingau. Het is een extreem steile locatie die zuid tot zuidwest gericht is, vlak boven de brede rivier. De Rijn reflecteert extra zonlicht en het kwartsiet en fyllietachtige gesteenten zijn goed drainerend en slaan warmte op. Dat geeft een bijzondere combinatie van veel rijpheid en kracht met tegelijk een uitgesproken stenige, strakke structuur.

In Assmanshausen maakt riesling plaats voor pinot noir ofwel spätburgunder. Ook hier steile hellingen met een opvallende violetkleurige fylliet in de grond waarin de wortels heel diep kunnen doordringen. De zuidwestelijk geörienteerde wijnvelden vormen een niche voor grote pinot noirs met fijne tannine, frisse evenwichtige zuren, kruidigheid en elegant rood fruit. Een iconische wijngaard met spätburgunder is de Assmannshäuser Höllenberg. De wijngaard combineert een steile helling met een zuidelijke tot zuidwestelijke zoninvloed, het verwarmende effect van de Rijn en een arme fylliet en leisteenbodem met goede drainage. Hier heerst een oude pinot noir traditie. Er staan oude wijnstokken met materiaal afkomstig van Grand Cru Chambertin, aangeplant in de jaren 1960.

Een heel stuk verderop naar het noorden komen we in Lorch. Het rivierdal is smal, er is meer wind, de hellingen nog steeds stijl en de bodem is vol van rotsachtig kwartsiet aangevuld met  leisteen. Wijnmaakster Eva Fricke heeft voor de bekendheid van Lorch meer gedaan dan wie ook, maar binnen het totale aanbod is dit nog steeds een beetje de verborgen parel. Prachtige aromatische rieslings in een hele intense lineaire stijl met een ziltige afdronk zien hier het daglicht. De Pfaffenwies Röder en de Kapellenberg staan op het lijstje van de topwijngaarden.

De beste wijnmakers

Toplocaties om druiven te telen verwachten natuurlijk ook topproducenten. En die zijn er genoeg. Robert Weil is waarschijnlijk de meest complete internationale ambassadeur van de Rheingau. Het domein in Kiedrich is volledig gespecialiseerd in riesling en zijn reputatie draait in de eerste plaats rond de Kiedricher Gräfenberg, een van de grote historische wijngaarden van Duitsland. Wie wil begrijpen hoe belangrijk droge riesling sinds de jaren 1980 en 1990 voor de heropleving van de Rheingau is geworden, kan moeilijk om Georg Breuer heen. Bernhard Breuer behoorde tot de wijnmakers die zich vroeg verzetten tegen een Duitse wijncultuur waarin mostgewicht belangrijker leek te worden dan herkomst. Hij verdedigde een veel Bourgondischer idee: grote wijn ontstaat in de eerste plaats uit een grote wijngaard. Vandaag wordt dat werk voortgezet door Theresa Breuer. Het domein bezit enkele van de meest spectaculaire percelen van de streek. In Rüdesheim is Berg Schlossberg de absolute referentie en in Rauenthal bezit Breuer met Nonnenberg een heel ander terroir, koeler en hoger gelegen.

Peter Jakob Kühn behoort tot de producenten die de Rheingau vanaf de jaren 2000 een nieuwe dimensie hebben gegeven. Dit huis werkt biodynamisch en ontwikkelde een uitgesproken persoonlijke interpretatie van riesling. De wijnen kunnen krachtig en diep zijn, maar combineren dat meestal met levendigheid, spanning en een uitgesproken textuur. Belangrijke terroirs bevinden zich rond Oestrich en Mittelheim, met namen als St. Nikolaus, Doosberg, Lenchen en Jungfer. Eva Fricke vertegenwoordigt een jongere generatie Rheingau-producenten en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de herwaardering van het westelijke deel van het gebied. Haar belangrijkste wijngaarden liggen rond Lorch en Lorchhausen. Fricke heeft met wijnen uit onder andere Krone, Schlossberg en Seligmacher laten zien dat Lorch een van de interessantste gebieden voor de toekomst is. Want juist in een warmer klimaat kunnen de hoger gelegen en beter geventileerde westelijke terroirs steeds waardevoller worden.

Lees hier het artikel over Eva Fricke.

Josef Leitz is een van de producenten die het spectaculaire terroir van Rüdesheim internationaal opnieuw op de kaart hebben gezet. Hij beschikt over een indrukwekkende verzameling percelen in de Rüdesheimer Berg, waaronder Berg Schlossberg, Berg Roseneck, Berg Rottland en Kaisersteinfels. Hochheim ligt enigszins apart van het klassieke hart van de Rheingau, dicht bij de Main en de samenvloeiing met de Rijn. Künstler is daar vandaag een van de belangrijkste producenten. Schloss Johannisberg is moeilijk los te zien van de geschiedenis van riesling zelf. De volledige heuvel rond het kasteel is met riesling beplant en de geschiedenis van het domein gaat terug tot de vroegste systematische rieslingaanplantingen van de 18e eeuw. Ook de geschiedenis van de late oogst en Spätlese is nauw met Johannisberg verbonden.

Over die aanduiding ‘Spätlese’ is er een mooie legende. Een koerier van Johannisberg reisde elk jaar met vers geplukte druiven naar de bisschop van Fulda om goedkeuring te vragen voor het binnenhalen van de oogst. In 1775 werd de koerier echter overvallen waardoor de druiven niet aankwamen en er ook geen nieuws kwam van de bisschop. Toen de koerier en zijn druiven weer terecht waren, was het veel te laat en haastten de monniken zich om de oogst binnen te halen. Een jaar later bleek dat de wijn van deze zeer late oogst goddelijk lekker was!

August Kesseler produceert serieuze riesling uit de westelijke Rheingau maar zijn internationale reputatie is minstens even sterk verbonden met spätburgunder uit Assmannshausen. Meer bepaald uit de Höllenberg wijngaard. Kesseler speelde een belangrijke rol in de moderne renaissance van Assmannshausen. Spreitzer is misschien minder spectaculair in uitstraling dan sommige cultproducenten al behoort hij ook tot de beste domeinen om in de centrale Rheingau. Zijn druivenstokken staan rond Oestrich en Hattenheim. Een belangrijke wijngaardreferentie is Wisselbrunnen. Weingut Prinz ligt in Hallgarten, een van de hoger gelegen dorpen van de Rheingau. Die hoogte is belangrijk. Hallgarten krijgt meer afkoeling en kan daardoor rieslings voortbrengen met uitgesproken frisheid en precisie. Let vooral op zijn Jungfer en Schönhell wijnen.

Kloster Eberbach blijft essentieel vanwege zijn historische betekenis en enorme verzameling wijngaarden. Het domein is interessant voor zowel riesling als Höllenberg spätburgunder en bezit met Steinberg een van de bekendste historische ‘clos’ van Duitsland. Kaufmann in Hattenheim is een moderne producent voor terroirs als Wisselbrunnen en Nussbrunnen en kiest doorgaans voor een vrij precieze, ingetogen stijl. Chat Sauvage is een buitenbeentje in de Rheingau. Waar vrijwel ieder belangrijk domein in de streek zijn identiteit rond riesling heeft opgebouwd, koos Chat Sauvage vanaf het begin radicaal voor de Bourgondische druivenfamilie. Het huis werd in 2000 opgericht door de Hamburgse ondernemer en Bourgogneliefhebber Günter Schulz, met als uitgesproken doel pinot noir van internationaal niveau in de Rheingau te produceren. Ze laten er zien dat niet alleen Assmannshausen, maar ook Johannisberg, Rüdesheim en vooral Lorch belangrijke pinot-noir-terroirs kunnen zijn.

Waar Chat Sauvage een vrij gepolijste, Bourgondisch geïnspireerde interpretatie van Rheingau pinot vertegenwoordigt, is Solveigs veel eigenzinniger. Jens Heinemeyer probeert tijdens de vinificatie zo weinig mogelijk aan de wijn te veranderen. Spontane vergisting, weinig kelderinterventie, lange rijping en een uitgesproken vertrouwen in wijngaard, jaargang en tijd vormen de basis. De beste Solveigs-wijnen kunnen jong gesloten, stevig, aards en sterk gestructureerd zijn, maar ontwikkelen zich uitzonderlijk goed op fles. Solveigs behoort niet tot de grote, institutionele namen van de Rheingau en beschikt niet over het marketingapparaat van beroemde producenten. Toch heeft het onder gespecialiseerde pinotdrinkers een bijna cultachtige status opgebouwd. Solveigs is misschien wel de beste producent om duidelijk te maken dat Assmannshausen geen Duitse imitatie van Bourgogne hoeft te zijn.

Lees hier het artikel over Solveigs

Wil je proeven van Rheingau wijnen? Dan kan je meedoen met de Oenotopia masterclass van zaterdag 28/11/2026. Contacteer Marc om concreet af te spreken.

Are you over 18?

We need to make sure you are the proper age before entering this website