Zeg nooit zomaar pinot noir tegen een pinot noir. Want achter elke pinot noir schuilt een andere pinot noir. Romeinen hadden al oog voor deze bijzondere druif. In de middeleeuwen was ze een lokale ster en onderzoekers ontdekten al snel dat dit geen gewone druif is. Dat werd later met nieuwe technieken gestaafd. Vandaag worden enkele van de duurste wijnen ter wereld gemaakt van pinot noir. Welkom in de wondere wereld van de pinot noir.

Liever luisteren dan lezen?
Luister dan hier via de Oenotopia podcast pagina.
Of luister direct op Spotify.
Wetenschappelijk onderzoek leert ons dat het DNA van de pinot noir druif maar 1 of 2 generaties verwijderd is van de vitis sylvestris. Die vitis sylvestris is een wilde druif en de destijds wijdverspreide Europese voorouder van de gecultiveerde wijnstok vitis vinifera die we vandaag kennen. Deze zeldzame, tweehuizige plant, dus met aparte mannelijke en vrouwelijke planten, overleefde ijstijden en is nog steeds te vinden in bossen langs rivieren in Duitsland, Slovenië en Zuid-Europa. Vitis sylvestris klimt tot 20 meter hoog in bomen maar is een bedreigde soort.
Pinot noir moet dus wel een hele oude druif zijn. Ze werd verspreid via de handelsroutes van zowel de Grieken als de Romeinen. Historische aanwijzingen en druivenpitten uit Gallië wijzen op pinot noir achtige druiven in een gebied dat overeenkomt met het huidige Frankrijk. Die vinden we ook in teksten uit de Naturalis Historica uit 77 n. Chr. van Plinius de Oudere, een Romeins militaire, letterkundige en wetenschapper avant-la-lettre. Daarin heeft hij het over druiven uit Gallia Belgica en Germania Superior. Niet toevallig de gebieden waar ook nu nog de meeste pinot noir staat aangeplant.
In de 1ste eeuw n.Chr. al schreef de Romeinse schrijver Columella in zijn Re-Rustica over druiven die qua kenmerken alles van de pinot noir hebben. Zijn werk werd tot in de middeleeuwen gelezen en beïnvloedde in grote mate de wijnbouw in de Franse kloosters. Meer nog, agronomen zoals Olivier de Serres en Chaptal baseerden zich zelfs meer dan 1500 jaar later nog in ruime mate op het werk van Columella. De Serres was een van de eersten die rond 1600 wijnstokken en druivenrassen systematisch beschreef in zijn handboek voor boeren.
En Chaptal schreef nog eens 200 jaar later, we zijn dan al in 1804, de ‘Traité Théorique et Pratique sur la Culture de la Vigne’ waarin de pinot noir op basis van samenstelling heel duidelijk in beeld wordt gebracht. Ook op basis van Columella dus. Die Chaptal was niet alleen wetenschapper maar ook minister van binnenlandse zaken onder Napoleon. Hij documenteerde trouwens de chemie achter het toevoegen van suiker aan most voor de fermentatie om het alcoholgehalte te verhogen. Sindsdien chaptalisatie genoemd. Columella’s Re-Rustica was zijn vertrekpunt.
Vele eeuwen voor deze eerste ampelografische werken (ampelografie komt van het Grieks, ampelos = wijnstok en graphein = beschrijven) bouwde men dus voort op de kennis van de Romeinen. In het Frankische -, en later Heilig Roomse, Rijk van Karel de Grote, we zijn dan rond het jaar 800, was landbouw belangrijk. Het drieslagstelsel deed zijn intrede, maar ook de wijnbouw kreeg veel aandacht. De keizer bevorderde de aanleg van wijngaarden in Bourgogne, en ook langs de Rijn en de Moezel, door kloosters en abdijen daarbij te helpen. Strengere regels om de wijnkwaliteit te verbeteren hoorden daar bij. Ook de aristocratie wilde graag lekkere wijn.
Van de 9de tot de 13de eeuw ontwikkelen de Benedictijnen en de Cisterciënzers volop de wijnbouw in hun kloosters. In Clos de Vougeot, Citeaux en Cluny bijvoorbeeld zijn er meldingen van vitis noirien en plant fin gevonden die met bijna zekerheid de pinot noir zijn. Langzaam maar zeker domineert dit type druif in de Bourgogne. We kunnen stellen dat deze streek de genetische thuishaven van onze druif is. Uit de 13de eeuw hebben we juridische documenten, namelijk grondakten en tiendenregisters, belasting dus, die druiven vermelden als noirien, plant fin en auvernat. In die grondakten werden percelen van eigenaars in detail beschreven met ook de aanduiding van de druif. Met evenveel details voor de kerkbelasting.
Deze documenten leren ons dat er een duidelijk verschil bestaat tussen ‘plant fins’ en ‘plants gros’. De ‘fins’ zijn aangeduid als lager van opbrengst, fijner van kwaliteit en gevoelig voor ‘terroir’. Ook voor de noirien noteerde men dit samen met het verschil in kleur en kwaliteit ten opzichte van de ‘gros plants’, gamay en fromenteau. De auvernat krijgt eveneens die verfijnde karakteristieken toegedicht. Haar naam verwijst naar de Auvergne of stamt uit het oud Gallisch. Ampelografisch onderzoek bevestigt dat het hier over pinot noir varianten en een edele wijndruif gaat. En dan gebeurt er in 1395 iets heel belangrijks.
Filips de Stoute, de hertog van Bourgondië en graaf-gemaal van Vlaanderen verbiedt vanuit zijn paleis in Dijon op 31 juli 1395 de druif gamay in het hertogdom Bourgondië. In de Côte d’Or is 5 maanden later geen gamay meer te bespeuren. Wat verder weg, in de Beaujolais, doet niet iedereen wat hij zegt. Na vele oorlogen en meerdere uitbraken van de pest stond er immers veel gamay in de velden. Die is vroeg rijp en met zijn hoge opbrengsten dus interessant voor de wijnboeren.
Nadat Filips de Stoute door zijn huwelijk met Margaretha van Male ook Vlaanderen erbij kreeg, moeide hij zich met de wijnbouw in zijn Bourgondische gebied. De heldhaftige hertog verwende zijn vrouw met geschenken, ging graag goed gekleed, nam elke avond een bad in geparfumeerd water, droeg graag juwelen en hield bovenal van feesten en lekkker eten. De wijn die daarbij geserveerd werd, moest van grote kwaliteit zijn. Filips beval dan ook om de gamay te vervangen door ‘plants fins’ als de druif voor kwaliteitswijn.
En zijn bevel was heel helder. Gamay noemde hij een slechte en onbetrouwbare plant waarvan de wijn vol is van grote en vreselijke bitterheid die schadelijk is voor de mens. Deze druif moest dus, aldus Filips de Heldhaftige, uitgerukt, vernietigd en tot niets gereduceerd worden. Op basis van verdere interpretatie en onderzoek gaat men er van uit dat de ‘plants fins’ de pinot noir is. Een keerpunt in de Bourgogne! Van de 14de tot de 18de eeuw verspreidt de pinot noir zich naar de Champagne, de Elzas, Zwitserland en Duitsland.

Het is daarna dat Olivier de Serres maar ook wetenschappers als Rozier en Duhamel de Monceau expliciet de pinot noir beschrijven ten opzichte van andere rassen. De ‘plants grossiers’, zijnde de gamay familie, zijn veel minder goed dan de ‘plants fins” en die laatste zijn de noirien, de auvernat en de plant fin noir. Die zijn, zoals gezegd, zo goed als zeker de voorlopers van de huidige pinot noir klonen.
Chaptal gaat in 1804 zelfs verder en stelt dat noirien, auvernat en plant fin noir, of plant fin de Bourgogne, één en hetzelfde ras vormen. Op basis van morfologie, de studie van structuur en vorm, agronomie, de studie van gewassen, fenologie, de studie van de relatie tussen klimaat en planten en op basis van chemie, de studie van de natuurlijke samenstelling, zet hij Pinot Noir hiermee neer als biologische entiteit. “Le Pinot Noir est arrivé!”
Louis-Augustin Guillaume Bosc d’Antic, een museumdirecteur die tegelijk ook botanicus en taxonoom is, geeft tussen 1809 en 1819 zijn ‘Dictionnaire Raisonné et Universel d’Agriculture‘ uit. Hierin beschrijft hij de pinot op basis van zijn bladvorm, de beharing aan de onderzijde van het blad, de nerfstructuur, de troscompactheid, de besdiameter, de schilkleur en de zaadvorm. Ampelografie als wetenschappelijke discipline is hiermee echt geboren.
Bosc d’Antic herkent ook dat pinot noir, pinot gris en pinot blanc onderling enorm verwant zijn. Baanbrekend in druivenland is die vaststelling want hij zegt hiermee dat die 3 druiven eigenlijk 1 familie zijn door de invloed van natuurlijke ontwikkelingen en dat doet hij allemaal zonder de beschikking van DNA-analyses. Het is hij ook die ervoor pleit om enkel nog de naam pinot noir te gebruiken in de Bourgogne en zo geschiedde.
Vanaf dan was dit werk, naast het boek van Chaptal en de bevindingen van Olivier de Serres, Rozier en Duhamel du Monceau, de grondslag voor heel veel ander wetenschappelijk onderzoek. Victor Pulliat, een ampelograaf uit de Beaujolais, maakte een opdeling naar rijpingsklassen van druiven in 1860. De phylloxera had net toegeslagen en een massale herplant met geselecteerde klonen stond op touw. Franse wetenschappers Viala en Vermorel publiceerden tussen 1901 en 1910 ‘Ampélographie, Traité Général de Viticulture’ waarin ze maar liefst 5200 druiven beschrijven.
Intussen hadden rond 1855 Europese immigranten pinot noir stokken naar Californië gebracht om daar te planten. Pinot noirs uit de Bourgogne waren toen al het grote voorbeeld van uitmuntende wijnkwaliteit. Vanaf de jaren 1970 ging het snel. Pinot noir werd verbouwd in Nieuw-Zeeland, Duitsland, Noord-Italië, Zwitserland en daarna in Australië en Canada. Door de klimaatopwarming krijgen we vandaag in steeds meer wijnjaren ook mooie pinot noir wijnen hier bij ons te zien. De Amerikaanse film Sideways in 2004 zogde niet alleen voor meer wijntoerisme in Californië maar bewierookte ook de pinot noir ten nadele van merlot.
Eind jaren 1990 begonnen onderzoekers, in het begin vooral aan de Universiteit in Californië, de genetische afstamming van druiven in kaart te brengen. Vanaf het tweede deel van de jaren 1990 slaagde men er in DNA te analyseren en dan gingen nieuwe deuren open. Microsatteliet-DNA-analyse liet toe de stamboom van duizenden druivenrassen op te helderen. Reconstructie van het DNA van organismen die niet meer in leven zijn, paleogenomics, helpt eeuwenoude druivenpitten te vergelijken met huidige druiven.
Die genetische analyse bevestigt wat onderzoekers van 1600 tot begin 1900 beweerden. Pinot noir is verwant met andere druiven en oude gevonden druivenpitten hebben veel kenmerken van de huidige pinot noir. Wat Chaptal, Boscc, de Serres, Rozier, Duhamel du Monceau, Pulliat, Viala en Vermorel neerpenden wordt door DNA-onderzoek grotendeels bevestigd. Maar dat is niet alles. Er kwam nog veel meer aan het licht en dat bleek cruciaal te zijn voor onze huidige kennis van de pinot noir.
Het DNA-profiel van pinot noir, pinot blanc en pinot gris is identiek. Er zijn tussen deze druiven enkel kleurverschillen. We noemen het kleurmutaties of kleurvarianten die zich doorheen de tijd ontwikkeld hebben. En dat is niet alles. Pinot noir is heel mutatiegevoelig. Doorheen de eeuwen hebben zich dus enorm veel varianten van diezelfde pinot noir gevormd. Die varianten zijn allemaal spontane veranderingen in het DNA. Mutaties genoemd. Pinot blanc en gris zijn kleurmutaties. Doch er zijn nog talloze mutaties van de pinot noir zelf.
Spontane mutaties gebeuren in de wijnstok. Door fouten in het DNA, door droogte of temperatuur, door ouderdom, door licht, bodem en snoeiwijze. Dat levert dan pinot noir druiven op die een iets andere besvorm hebben of een licht afwijkende kleurtint maar soms ook een dikkere schil of andere rijping geven. Dus een wat andere smaak of structuur in de druif. Een wijnboer merkt vervolgens op dat die bepaalde druif naar zijn mening beter is en gaat stekken nemen om ze te vermeerderen. Zo ontstaan klonen. En pinot noir telt inmiddels meer dan 1000 klonen.
Elk van die klonen geeft wijnen met subtiele verschillen. Bourgogne kloon 113 geeft bijvoorbeeld iets meer finesse terwijl klonen 828 en 943 meer ‘body’ en kracht geven. Een oude reeds lang bestaande kloon als Pommard UCD4 zorgt voor structuur en bewaarpotentieel. Sommige klonen doen het goed op bepaalde bodems of in specifieke klimaten. Toch gaan wijnproducenten zelden een wijngaard op basis van 1 kloon aanleggen maar gebruiken ze meer klonen door elkaar. Dat geeft meer diversiteit in stijl, oogstmoment en klimaatbestendigheid.
Door massale selectie verkrijgt de wijnmaker tientallen of zelfs honderden moederplanten. Verschillende rijpingsmomenten vermindert de afhankelijkheid van specifieke klimaatomstandigheden, vergemakkelijkt de organisatie van het plukken en geeft een aromatische gelaagdheid in de wijn. Dat doet het wijnbedrijf door 50 à 200 stekken te nemen van zijn beste klonen. Al die stekken worden vervolgens gemengd en hiermee plant hij een nieuwe wijngaard.

Achter elke pinot noir schuilt als het ware een andere. Ze heeft een oud genoom, een dunne schil en een aangeboren gevoeligheid voor verandering en is daarom genetisch instabiel. DNA fragmenten verplaatsen zich of nestelen zich in ander DNA door ouderdom en lokale omstandigheden. Tegelijk kan ook het gedrag van de genen door de tijd wijzigen waarbij het DNA echter stabiel blijft. Ook kunnen bepaalde lagen in groeipunten van druivenstokken plots veranderen waardoor er een nieuwe genetische structuur ontstaat. Dat verklaart al die mutaties en pinot noir is meer dan eender welke andere druif mutatiegevoelig.
Daarom vereist deze druif een heel precies wijngaardmanagement. En neemt ze heel snel elke invloed van het ‘terroir’ in zich op. De vele klonen zorgen ervoor dat er met pinot noir heel veel verschillende wijnen gemaakt kunnen worden. Klonen 113, 114 en 115 zijn top voor mousserende wijnen en vinden we volop in de Champagne bijvoorbeeld. In Zwitserland doet de Wädenswil kloon het goed. In Oregon is de Dijon 115 kloon veel aangeplant tussen de andere klonen. Aan de Moezel staan vaak de Freiburg klonen of de klonen ontwikkeld aan de wijnuniversiteit van Geisenhem.
De combinatie van de kloonkeuze onder invloed van het klimaat, de bodem en de manier van wijnmaken kan dus verschillende stijlen pinot noir wijn voortbrengen. Er zijn fragiele, lichte fruitige wijnen maar ook strakke, koele, minerale pinot noir wijnen. Meer zon geeft doorgaans rijpe, volle, geconcentreerde smaken naast aardse krachtige indrukken. Sommige wijnen van pinot noir kunnen gestructureerd, zijdezacht en langlevend zijn en andere fris en speels.
Het Domaine de la Romanée-Conti is het summum van pinot noir reputatie. Ook in de rest van de Bourgogne zijn prachtige wijnen van deze druif te vinden. Wat meer naar het Noorden is pint noir de voornaamste druif in Montagne de Reims, Champagne dus. In de Côte de Bar, aan de zuidkant van de Champagne regio, vind je ook veel pinot noir en deze druif is een vaste waarde in vele Champagnehuizen. Duitsland, waar de druif ‘spätburgunder’ heet, levert prachtexemplaren uit de Ahr, Baden, Pfalz, Rheinhessen, Würtemberg en Franken.
Opvallend veel pinot noir, waarvan topwijn wordt gemaakt, zien we in de Zwitserse wijngebieden Valais, Neuchâtel en Graubünden. Wat lager gelegen in Italië zien we de ‘pinot nero’ in Alto-Adige, Trentino en Oltrepò-Pavese. Mousserende wijnen uit het VK met onze druif komen veelal uit Kent en Sussex. In het land van coladrinkende Trump staat pinot noir doorheen vele Californische herkomstgebieden en in Oregon. Nog meer naar het Noorden, meer bepaald in Canada, proef je uitstekende exemplaren uit wijngaarden van Niagara Peninsula en Okanagan Valley.
De 2 eilanden van Nieuw-Zeeland hebben enkele wijnstreken waar de ideale omstandigheden voor pinot noir aanwezig zijn: Marlborough, Central Otago, Martinborough, Waipara Valley en Nelson. Zo ook in het Australische Tasmanië en in de appelaties Yarra Valley en Mornington Peninsula met zijn koelte van de oceaan. De tot de verbeelding sprekende Hemel-en-Aarde vallei in Zuid-Afrika dankt zijn mooie pinot noirs ook aan de verkoelende invloed van de nabijgelegen oceaan. Nog zo ’n mooi Zuid-Afrikaans pinot noir gebied is Elgin.
Pinot Noir wordt verbouwd in Chili, Argentinië en zelfs Japan. Voor prima wijnen uit Oostenrijk is Thermenregion het beste gebied. Daar hebben ze het dan over ‘blauer burgunder’. Uit de koelste zones van het Chinese Ningxia komen steeds mooiere pinot noir wijnen net als uit het hoogland van Yunnan. België en Nederland, en met de Limburgse Maasvallei als voorloper, produceert pinot noir van zeer hoge kwaliteit dankzij de steeds warmere zomers. In Slovenië heet onze druif ‘modri pinot’. ‘Rulandské modre’ is dan weer haar naam in Tsjechië en Slowakije. Of wat vind u van ‘pinot crni’ in Kroatië?
Columella bij de Romeinen wist het in ieder geval al. Het is een ‘specialleke’ onze druif. Philips de Stoute wist het zeker. Agronomen, antropologen en andere slimmeriken legden het vakkundig vast. En DNA bevestigde dat ze allemaal gelijk hadden. Wij kunnen nu proeven van talloze topwijnen van pinot noir. Maar zeg nooit zomaar pinot noir tegen een pinot noir want achter elke pinot noir gaat misschien een andere pinot noir schuil. Heerlijk!
We proefden 7 Pinot Noirs uit 7 verschillende landen in de wereld. Frankrijk was niet present op de proeftafel gezien we daar verhoudingsgewijs al meer van geproefd hebben. Dat gaf 7 verschillende wijnen in 7 verschillende stijlen uit 7 verschillende landen met 7 diverse appreciaties van de aanwezige Oenotopia proevers. Zoals gezegd, achter elke pinot noir schuilt weer een andere.

Tenuta di Trinoro, Vini Franchetti, Sancaba, Toscana Rosso IGP, 2020, IT
Heldere wijn met mooie spiegel die ruikt naar pruimen, rode bessen en wat vanille. Veel frisse zuren in de smaak, hele mooie tannine en sappig rood fruit met een lichte kruidentoets. Gemiddelde afdronk die eindigt met een minerale toets. Zuurliefhebberswijn.
Stefano Lubiana Wines, Marco Lubiana pinot noir, Tasmania, Derwent valley, 2023, AUS
Aardse geuren naast rijpe pruimen, champignons en bosaardbei. Warmere smaak dan de vorige wijn, medium-bodied met goed evenwicht tussen zuur en tannine. Sappige genietwijn.
Markus Molitor, Haus Klosterberg pinot noir, Mozel, 2022, D
Robijnrode wijn. Beetje gesloten neus die na walsen doet denken aan rode bessen, viooltjes en wat chocolade. Koele wijn met afgeronde tannine en volle smaak als die van kersen op alcohol. Roodfruitig, strak, fris en fijn.
Au Bon Climat, Santa Barbara County, California, 2023, USA
Helder en licht gekleurd in het glas. Snoeperige geurindrukken van knapperig rood fruit en iets grondachtigs. Crispy medium-bodied wijn met nog iets malolactisch maar in een hele elegante stijl. Zijdezachte fijne fruitsmaak met rijpe tannine tot in de lange afdronk.
Heinrich, pinot Freyheit, Burgenland, 2023, AU
Granaatappelkleur. Geuren van aarbei en vuursteen maar die laatste verdwijnt na voldoende beluchting. Veel zuren, veel fruit, ronde tannine. Een wat wilde stuivende smaak van rijpe zure kersen en gekoelde druiven die het gevolg is van het wijnmaakproces met minimale interventie. Prachtige evolutie in het glas. Specialleke, ook de fles overigens, waar extra aandacht voor nodig is.
Bodega Chacra, Lunita, Patagonia, 2023, ARG
Mooie rode kleur heeft deze wijn die ruikt naar bosaardbei, vlezige kersen en bloemen. We proeven hele mooie zuren die het fijne fruit ondersteunen en dat in harmonie met de goed merkbare hele mooie tannine. Krachtige maar mooie wijn.
Rippon, Mature vine pinot noir, Central Otago, 2019, NZ
Geconcentreerde kleur met een mooie spiegel in het glas. Geurimpressies van aardbei, champignons, aubergine, aarde en koffie vormen een complex geheel. Mondvullende wijn van heel fijn fruit die, samen met de hele mooie fraîcheur en nog prominent aanwezige edele tannine, prachtig in evenwicht is. Bewaarpotentieel is zeker. Finesse ‘meets’ concentratie. Lange afdronk.
