De prijs op het etiket is veel meer dan de prijs van druiven en een glazen fles. Ze is het eindresultaat van landbouw, vinificatie, rijping, verpakking, financiering, logistiek, belastingen, marges en — bij sommige wijnen — schaarste en reputatie. Wie de prijs van wijn wil begrijpen, moet daarom de hele keten bekijken.

Welke prijs?
Drie begrippen worden in gesprekken over wijn vaak door elkaar gebruikt. De kostprijs is wat het een producent werkelijk kost om de wijn te maken en te verkopen. De verkoopprijs van de producent is de kostprijs plus de marge die nodig is om te investeren, risico te dragen en een inkomen te verdienen. De consumentenprijs is wat uiteindelijk op het prijskaartje staat, nadat ook transport, import of distributie, handel, heffingen en btw hun plaats in de keten hebben gekregen.
Een wijn kan dus relatief goedkoop zijn om te produceren en toch duur worden verkocht door schaarste, reputatie of een lange handelsketen. Omgekeerd kan een wijn met een behoorlijke productiekost verrassend betaalbaar blijven wanneer een groot domein efficiënt werkt, rechtstreeks verkoopt of met zeer grote volumes aan, bijvoorbeeld, een supermarkt levert.
De prijs is bovendien geen zuivere kwaliteitsscore. Hij vertelt wel iets over de economische ruimte waarover de producent beschikte, maar niet automatisch hoe lekker jij de wijn zult vinden.
De wijngaard
Nog vóór er één druif wordt geperst, zijn er grond, wijnstokken, palen, draden, machines, verzekeringen, administratie en vele werkuren nodig. De jaarlijkse kost per fles wordt vooral beïnvloed door de opbrengst per hectare, de hoeveelheid handwerk, de ligging van de wijngaard en de schaal van het bedrijf.
Een vlak perceel met brede rijen, een hoge opbrengst en machinale oogst kan relatief efficiënt worden bewerkt. Oude stokken op een steile helling, met lage opbrengsten en handmatige pluk, leveren veel minder flessen op terwijl snoei, bodembewerking, gewasbescherming en oogst meer uren vergen. Dezelfde hectarekosten moeten dan over veel minder flessen worden verdeeld.
Ook biologische of biodynamische teelt is niet automatisch in elke streek duurder, maar kan meer arbeid, mechanische bodembewerking, certificering en risico meebrengen. Klimaat speelt eveneens mee: vorst, hagel, droogte, meeldauw of een kleine oogst kunnen de kost per verkoopbare fles in één jaar sterk verhogen.
Als vuistregel wordt vaak ongeveer 1,2 kilogram druiven voor een fles van 75 cl genoemd. Voor Champagne is 1,2 kilogram een officiële sectorvuistregel. Voor stille wijn is het echter geen constante: persrendement, druivenras, selectie en verliezen tijdens de vinificatie kunnen het benodigde gewicht doen variëren.
De kelder
In de kelder komen gebouwen, kuipen, pompen, persen, koel- en verwarmingsinstallaties, energie, water, reiniging, laboratoriumanalyses en oenologische producten in beeld. Daarbij horen ook het loon van de wijnmaker en keldermedewerkers, onderhoud, afschrijving en de financiering van de installatie.
Recente economische referenties uit Bordeaux en de Loire tonen hoe groot de spreiding al is bij gewone appellatiewijnen. Het Bordeaux-referentiemodel 2024 berekent een volledige kost van € 3,33 per fles voor een groot conventioneel domein met brede rijen en 50 hl/ha. In een kleiner biologisch model met lagere opbrengst loopt die volledige kost op tot € 6,14. De berekeningen omvatten de vergoeding van arbeid en kapitaal, botteling en commercialisering.
Voor representatieve bedrijven in Anjou-Saumur, Touraine en Muscadet liggen de geraamde volledige productiekosten, inclusief druiventeelt, vinificatie, botteling, verpakking en commercialisering, ongeveer tussen € 4,44 en € 5,95 per fles. De vinificatie en normale kelderbehandeling vertegenwoordigen daarvan slechts ongeveer € 0,32 tot € 0,34 per fles. De teelt van de druiven, het conditioneren van de wijn en de commercialisering wegen samen dus aanzienlijk zwaarder door.
Deze bedragen zijn geen Europese gemiddelden en evenmin maxima. Het zijn enkel doorgerekende voorbeelden van beschikbare data uit referentiebedrijven. Een topcuvée met zeer lage opbrengst, strenge selectie, veel handwerk, nieuwe vaten en lange rijping kan aanzienlijk duurder zijn om te produceren.
De rijping
Rijping in roestvrij staal, beton, groot oud hout, amfora of kleine nieuwe barriques heeft een totaal andere kost. Vooral een nieuw Frans eiken vat kan het verschil snel vergroten. Openbare prijzen voor een nieuw vat van 225 liter liggen rond € 1.240 tot € 1.899, afhankelijk van leverancier, houtselectie en uitvoering.
Een vat van 225 liter bevat theoretisch 300 flessen van 75 cl. Wanneer de volledige aankoopprijs aan één vulling wordt toegerekend, vertegenwoordigt het vat alleen al ongeveer € 4,13 tot € 6,33 per fles. Wordt het vat over drie oogstjaren gebruikt, dan daalt de loutere aankoopkost naar ongeveer € 1,38 tot € 2,11 per fles. Daar komen verdamping, droesemverlies, reiniging, onderhoud, rente en het risico op kwaliteitsverlies nog bij.
Niet elke houtgerijpte wijn heeft echter in een nieuw vat gelegen. Grote foeders gaan vele jaren mee, gebruikte vaten zijn goedkoper en houtstaven of chips kosten veel minder. Houtgebruik is dus geen eenvoudige ja-nee-vraag, maar een spectrum van technische en financiële keuzes.
Tijd is een tweede, vaak vergeten, kost. Wijn die achttien maanden op vat en daarna nog een jaar op fles rijpt, levert gedurende die periode geen omzet op. De producent financiert ondertussen voorraad, opslag, verzekering en werk. Hoe langer de wijn rust, hoe meer werkkapitaal nodig is en hoe groter het risico dat vraag, rente of smaak van de markt veranderen.
Botteling en verpakking
Fles, sluiting, capsule, voor- en achteretiket, karton, tussenschotten, palletfolie en het bottelen zelf lijken afzonderlijk kleine bedragen. Samen vormen ze een substantiële post. In de Loire-referenties komt het volledige conditioneren uit op ongeveer € 1,40 per fles. Het verpakkingsmateriaal alleen wordt daar op circa € 0,86 per fles geraamd en in de Muscadet op ongeveer € 1,10.
Het volume is doorslaggevend. Een producent die honderdduizenden identieke flessen bestelt, koopt anders in dan een domein dat 3.000 flessen van een speciale cuvée laat maken. Bij kleine runs worden ontwerp, drukplaten, etiketteerinstelling, bottelopstart en kwaliteitscontrole over weinig flessen verdeeld.
Een zware, afwijkende fles en een lange natuurkurk kunnen de uitstraling versterken, maar verhogen aankoop, palletgewicht, transport en opslag. De OIV noemt lichtere flessen, meer gerecycleerd glas en minder secundaire verpakking expliciet als maatregelen voor duurzamere wijnproductie. Duurzaamheid en kostprijs kunnen hier dus dezelfde richting uitgaan.
Ook etikettering is een echte bedrijfskost. Sinds 8 december 2023 gelden in de Europese Unie nieuwe regels voor ingrediënten- en voedingsinformatie bij wijn. Producenten kunnen een deel van die informatie digitaal aanbieden, maar ontwerp, vertaling, QR-oplossing, gegevensbeheer en controle kosten tijd en geld.

Meer dan een optelsom
Een veelgemaakte fout is alleen de direct betaalde uitgaven op te tellen. Een volledige economische kostprijs omvat ook familiearbeid, ondernemersloon, afschrijving van tractoren en keldermateriaal, onderhoud van gebouwen, rente op kapitaal, verzekeringen en de kosten van grond of pacht. De recente Franse referentiemodellen nemen daarom expliciet een reële vergoeding van arbeid en noodzakelijk kapitaal op.
Verder verdwijnen er liters en flessen zonder dat ze verkocht worden: verdamping, droesem, selectie, laboratoriummonsters, proef- en promotieflessen, breuk, lekkage en retouren. Een producent die 10.000 liter maakt, kan nooit precies 13.333 verkoopbare flessen factureren.
Daarbovenop zijn er commerciële kosten: website, fotografie, beurzen, vertegenwoordigers, reizen, monsters, commissies, administratie, betalingsrisico en soms het onderhoud van een bezoekersruimte. Commercialisering is dus geen abstracte winstpost, maar werk dat nodig is om de wijn daadwerkelijk verkocht te krijgen.
De producentenmarge
Na vertrek van het domein volgen omdozen, pallets, laden, transport, verzekering, mogelijke temperatuurbeheersing, opslag en breukrisico. De kosten per fles zijn laag bij een volle vrachtwagen en veel hoger bij enkele dozen of een gedeelde pallet. Het Comité National Routier meldde voor 2025 een stijging van de Franse transportkosten exclusief brandstof met gemiddeld 2,4% en een gecumuleerde stijging van 7,7% over twee jaar. Voor 2026 wordt opnieuw ongeveer 2,4% verwacht.
Binnen de Europese Unie zijn er voor gewone handel tussen lidstaten geen klassieke invoerrechten, maar wijn blijft een accijnsgoed. De goederen kunnen onder schorsing van accijns worden vervoerd, waarna de accijns doorgaans verschuldigd wordt bij uitslag tot verbruik in het bestemmingsland. Buiten de EU kunnen daarnaast invoerrechten, douaneformaliteiten, analysecertificaten en wisselkoersrisico spelen.
Na de intergrale kost moet de producent een marge toevoegen. Zonder marge kan een bedrijf geen slechte oogst opvangen, nieuwe vaten kopen, machines vervangen, schulden aflossen of investeren in personeel en duurzaamheid. Een faire marge is daarom een voorwaarde voor continuïteit, niet noodzakelijk een teken van luxe.
Bij zeer gezochte wijnen ligt de verkoopprijs soms veel hoger dan de productiekost. Dan verschuift de prijsbepaling van ‘kost plus marge’ naar wat de markt bereid is te betalen. Reputatie, scores, allocatie, herkomst, oogstjaar en schaarste worden dan steeds belangrijker. Een goede positie voor de producent.
De handelsmarge
De importeur of verdeler doet meer dan dozen doorverkopen. Hij financiert voorraad, betaalt opslag en personeel, verzorgt accijnsadministratie, bouwt een assortiment op, maakt monsters open, bezoekt klanten, organiseert proeverijen, draagt debiteurenrisico en houdt onverkochte jaargangen bij. Zijn marge moet zowel die operationele kosten als een ondernemingsresultaat dekken.
Er bestaat geen officiële universele importeursmarge. Rechtstreekse aankoop door een grote retailer, een exclusieve kleine importeur en een agent die alleen commissie ontvangt zijn totaal verschillende modellen. Daarom is elk vast percentage zonder context misleidend.
Ook de brutomarge van supermarkt, webwinkel of wijnhandel is niet gelijk aan nettowinst. Daaruit worden personeel, huur, verwarming, magazijn, website, betaalverkeer, promoties, breuk, diefstal, voorraad en onverkochte flessen betaald. Een winkel met advies en tientallen kleine domeinen heeft een andere kostenstructuur dan een supermarkt die één cuvée per volle vrachtwagen koopt.
In de horeca wordt de vergelijking nog moeilijker. De wijnprijs helpt er ook glaswerk, koeling, bediening, opleiding, kelderruimte, geopende flessen en de algemene exploitatie van de zaak te betalen. Een restaurantprijs is daarom niet simpelweg de winkelprijs plus “extra winst”.
Het verkoopkanaal kan de prijs even sterk beïnvloeden als de wijn zelf. Dezelfde wijn kan een andere prijs hebben bij het domein, via een abonnement, in een supermarkt, bij een gespecialiseerde wijnhandel of op een restaurantkaart. Minder schakels betekenen niet automatisch een lagere consumentenprijs want soms blijft de prijs gelijk en wordt meer waarde bij producent of verkoper gehouden.
De fiscus
Bij de fiscale stap volstaat het niet om alleen nog btw bij de handelsprijs te tellen. Voor een gewone stille wijn boven 8,5% alcohol bedraagt de Belgische accijns € 74,9086 per hectoliter. Op een fles van 75 cl is dat € 0,5618. Voor een niet-herbruikbare individuele drankverpakking geldt daarnaast een Belgische verpakkingsheffing van € 9,86 per hectoliter, of € 0,0740 per fles. Samen is dat afgerond € 0,636 per fles vóór btw.
Het Belgische standaard-btw-tarief is 21%. Belastingen, heffingen, commissie, verpakking, transport en verzekering behoren volgens de Europese btw-regels tot de belastbare maatstaf. Er wordt dus ook btw berekend over het bedrag waarin accijns en verpakkingsheffing zijn verwerkt.
In Nederland bedraagt de accijns voor mousserende en niet-mousserende wijn boven 8,5% alcohol € 95,69 per hectoliter, of circa € 0,718 per fles van 75 cl. Alcoholhoudende dranken vallen er eveneens onder 21% btw.
Omdat accijns grotendeels een vast bedrag per liter is, weegt hij procentueel veel zwaarder op een goedkope fles dan op een dure. Bij een fles van € 6 vormt circa € 0,64 een zichtbaar deel van de prijs maar bij een fles van € 60 nauwelijks.
Een voorbeeld
Onderstaande berekening toont hoe een volledige domeinkost van € 5 kan uitgroeien tot een consumentenprijs rond € 18,60 in België. Alleen de belastingtarieven zijn officiële cijfers. De marges en logistieke bedragen zijn aannames op basis van de gebruikte beschikbare referenties. En ze zijn ook geen advies of norm.
| Stap | Bedrag | Status / berekening |
| Volledige kost bij producent | € 5,00 | Scenario binnen de beschikbare referenties |
| Producent verkoopt met 20% brutomarge | € 6,25 | € 5,00 / 0,80 |
| Transport, verzekering en administratie | + € 0,75 | Sterk volume- en afstandsafhankelijk |
| Belgische accijns + verpakkingsheffing | + € 0,636 | Officieel voor stille wijn >8,5% in wegwerpfles |
| Opslag, compliance, monsters en breuk importeur | + € 0,35 | Scenario binnen de beschikbare referenties |
| Kostbasis importeur | € 7,986 | Som vóór importeursmarge |
| Importeur verkoopt met 20% brutomarge | € 9,98 | € 7,986 / 0,80 |
| Retailer verkoopt met 35% brutomarge | € 15,36 | € 9,98 / 0,65, prijs exclusief btw |
| 21% btw | + € 3,23 | Btw over de volledige nettoverkoopprijs |
| Consumentenprijs | € 18,58 | Afgerond |
De gevoeligheid is groot. Met dezelfde kostbasis maar een importeursmarge van 15% en een retailmarge van 30% komt de prijs uit op ongeveer € 16,24. Bij respectievelijk 25% en 40% wordt dat circa € 21,47. Het verschil ontstaat zonder dat de vloeistof in de fles verandert.
Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom de marge van een importeur of verdeler niet mag worden vergeten. In een keten met producent, exportagent, importeur, groothandel en retailer kunnen meerdere vergoedingen cumuleren. Bij directe levering aan de winkel valt een schakel weg, maar de overblijvende partij moet de bijbehorende taken en risico’s dan zelf dragen.
Waarom een wijn goedkoop of duur kan zijn
Een lage prijs hoeft niet te betekenen dat er slecht werd gewerkt. Grote, vlakke wijngaarden, hoge maar gezonde opbrengsten, machinale oogst, efficiënte kelderinstallaties, neutrale rijping, lichte standaardflessen, grote productieruns en een korte distributieketen kunnen de kost fors verlagen. Coöperaties en grote producenten verdelen vaste kosten bovendien over miljoenen flessen.
Maar aan de onderkant van de markt is de rek beperkt. Fles, verpakking, transport, accijns en btw verdwijnen niet wanneer de wijn goedkoper wordt. Bij een zeer lage consumentenprijs blijft daardoor weinig ruimte over voor druiven, arbeid, risico en producentenmarge. Dat is de economische reden waarom prijsdruk in het instapsegment vaak vooral bij de landbouwproducent terechtkomt.
Bij duurdere wijnen kunnen echte meerkosten samenkomen: dure grond of druiven, lage opbrengst, handmatige pluk, meerdere selectierondes, nieuwe vaten, kleine oplage, lange rijping, zware fles, duur kasteel, intensieve verkoop en jarenlange voorraadfinanciering. Zulke keuzes kunnen meer concentratie, precisie, complexiteit of bewaarpotentieel mogelijk maken, en ook meer marketingmiddelen beschikbaar stellen, maar garanderen niet dat elke drinker de wijn ook lekkerder vindt.
Vanaf een bepaald prijsniveau verklaart de kost alleen de prijs niet meer. Een zeldzaam perceel, een beroemd domein, hoge scores, een kleine allocatie, een gegeerd oogstjaar of beleggingspotentieel kunnen de marktprijs ver boven de productiekost tillen. Er bestaat geen universele grens van bijvoorbeeld exact € 45 of € 50 waar kwaliteit ophoudt en prestige begint. De overgang is geleidelijk en verschilt per regio en wijn.
De prijs is een keten, geen kwaliteitscijfer
De prijs van een fles wijn ontstaat laag voor laag. Ze begint bij grond, opbrengst en arbeid in de wijngaard. Daarna volgen vinificatie, rijping, verliezen, verpakking, voorraadfinanciering en de marge van de producent. Transport, import of distributie, retail, accijnzen, verpakkingsheffing en btw maken de keten compleet. Bij prestigewijnen komen daar schaarste, reputatie en verzamelwaarde bovenop.
Wie alleen naar de productiekost kijkt, mist dus een groot deel van het verhaal. Wie prijs automatisch gelijkstelt aan kwaliteit, eveneens. Een hogere prijs kan meer ruimte geven voor kostbare keuzes en lagere opbrengsten, maar ook vooral de waarde van een naam of een schaars aanbod weerspiegelen. De interessantste vraag is daarom niet alleen “is deze wijn duur?”, maar “welke keuzes, kosten en marktmechanismen zitten in deze prijs en vind ik het resultaat dat bedrag waard?”
Goedkoop en duur blijven dus relatieve begrippen. Vanuit de eigen visie op de Belgische- en Nederlandse marktprijzen is volgende indeling mogelijk:
- Budgetwijnen: tot € 12
- Middensegment: van € 12 tot € 30
- Premium: van € 30 tot €55
- Luxe en schaarste: alles boven de €55

Afsluiter: de 25 duurste wijnen ter wereld
Voor een volledige top 25 is de meest recente publiek toegankelijke volledige Wine-Searcher-ranglijst gebruikt: de top 50 van 2024, zoals integraal weergegeven door VinePair. Wine-Searcher publiceerde in 2025 wel een nieuwe top 10, maar geen publiek toegankelijke volledige top 25. Om geen prijzen en posities uit verschillende jaren te vermengen, gebruikt onderstaande tabel daarom consequent de rangschikking en dollarprijzen van 2024. Het gaat om de global average retail price (GARP) per wijn, niet om één specifieke jaargang, winkelprijs of veilingrecord. De dollarbedragen zijn omgerekend tegen de ECB-referentiekoers van 21 augustus 2026 (€ 1 = $ 1,1699) en afgerond op € 100.
| Nr. | Wijn | Gem. retailprijs |
| 1 | Leroy Musigny Grand Cru | € 31.800 |
| 2 | Domaine de la Romanée-Conti Romanée-Conti Grand Cru | € 20.700 |
| 3 | Domaine d’Auvenay Chevalier-Montrachet Grand Cru | € 19.900 |
| 4 | Domaine d’Auvenay Criots-Bâtard-Montrachet Grand Cru | € 19.700 |
| 5 | Domaine d’Auvenay Bâtard-Montrachet Grand Cru | € 16.300 |
| 6 | Domaine Leflaive Montrachet Grand Cru | € 15.600 |
| 7 | Domaine Georges & Christophe Roumier Musigny Grand Cru | € 14.900 |
| 8 | Egon Müller Scharzhofberger Riesling Trockenbeerenauslese | € 14.200 |
| 9 | Domaine Georges & Christophe Roumier Echezeaux Grand Cru | € 12.200 |
| 10 | Leroy Chambertin Grand Cru | € 11.200 |
| 11 | Domaine d’Auvenay Mazis-Chambertin Grand Cru | € 10.200 |
| 12 | Leroy Corton-Charlemagne Grand Cru | € 10.000 |
| 13 | Domaine d’Auvenay Les Bonnes-Mares Grand Cru | € 9.900 |
| 14 | Domaine de la Romanée-Conti Montrachet Grand Cru | € 9.600 |
| 15 | Domaine d’Auvenay Meursault Chaumes des Perrières | € 9.500 |
| 16 | Leroy Richebourg Grand Cru | € 9.000 |
| 17 | Domaine de la Romanée-Conti Les Petits Monts, Vosne-Romanée Premier Cru | € 8.400 |
| 18 | Henri Jayer Echezeaux Grand Cru | € 8.300 |
| 19 | Leroy Romanée-Saint-Vivant Grand Cru | € 8.100 |
| 20 | Domaine Jean-Louis Chave Ermitage “Cuvée Cathelin” | € 8.100 |
| 21 | Domaine d’Auvenay Puligny-Montrachet Les Enseignères | € 7.700 |
| 22 | Domaine d’Auvenay Meursault | € 7.200 |
| 23 | Domaine d’Auvenay Puligny-Montrachet en La Richarde | € 7.200 |
| 24 | Domaine d’Auvenay Meursault Les Gouttes d’Or | € 7.100 |
| 25 | Leroy Clos de la Roche Grand Cru | € 7.000 |
Zijn deze wijnen hun geld waard? Dat hangt er vanaf hoe je dat ziet. Zijn ze duurder dan de optelsom van al hun kostprijselementen? Zeker en vast. Kan je die hoge prijs ook echt proeven? Dat moet je zelf eens proberen. Wat is de duurste fles wijn die jij al hebt gedronken? En was die lekker? Ik ben benieuwd.
Bronnen
[1] Oenotopia — “Wat is het verschil tussen goedkope en dure wijn?”, 14 december 2023.
[2] Chambre d’Agriculture de la Gironde — “Le Référentiel économique du vigneron bordelais 2024”.
[3] Réussir Vigne — “Bordelais : en AOC, la bouteille coûte au minimum 3,33 euros à produire”, 27 december 2024.
[4] Réussir Vigne — “Anjou, Muscadet, Touraine : la bouteille de vin coûte au moins 4 euros à produire”, 9 februari 2025.
[5] Comité Champagne — FAQ: 1,2 kg druiven per fles Champagne van 75 cl.
[6] Polsinelli Enologia — Oak barrel 225 L; openbare prijs geraadpleegd 21 augustus 2026.
[7] Wineandbarrels — 225 liter French oak wine barrel, very fine grain; openbare prijs geraadpleegd 21 augustus 2026.
[8] FOD Financiën — officiële accijnscode-/tarieventabel; niet-mousserende wijn >8,5%: € 74,9086/hl.
[9] FOD Financiën — Verpakkingsheffing: € 1,41/hl herbruikbaar en € 9,86/hl niet-herbruikbaar.
[10] FOD Financiën — Belgische btw-tarieven; standaardtarief 21%.
[11] Nederlandse Douane — Tarievenlijst accijns en verbruiksbelasting, 1 april 2026; wijn >8,5%: € 95,69/hl.
[12] Belastingdienst Nederland — Btw-tarief dranken; alcoholhoudende dranken 21%.
[13] Europese Commissie, Taxation and Customs Union — Taxable amount: belastingen, heffingen, commissies, verpakking, transport en verzekering behoren tot de btw-grondslag.
[14] Your Europe / Europese Commissie — Accijnsgoederen, betaling en vervoer onder schorsing binnen de EU.
[15] Europese Commissie — Nieuwe EU-regels voor ingrediënten- en voedingsetikettering van wijn, van toepassing sinds 8 december 2023.
[16] Comité National Routier — “Évolutions des coûts du TRM — Bilan 2025 et perspectives 2026”.
[17] OIV — Guide for the implementation of principles of sustainable vitiviniculture; aanbevelingen voor lichtere flessen en minder verpakking.
[18] Wine-Searcher — “The World’s Most Expensive Wines of 2025”, 13 september 2025; rangschikking op basis van global average retail price.
[19] VinePair — “The 50 Most Expensive Wines in the World (2024)”, 13 december 2024; volledige Wine-Searcher-ranglijst met gemiddelde retailprijzen.
[20] Europese Centrale Bank — euro reference exchange rates, 21 augustus 2026; € 1 = $ 1,1699. Open bron
[21] Wine-Searcher — “The Most Expensive Bordeaux of 2025”, 10 september 2025; Bordeauxranglijst op basis van global average retail price.
[22] Wine-Searcher — “The Best Italian Wines of 2025”, 9 december 2025; prijsreferenties voor Masseto, Solaia, Cerretalto, Madonna delle Grazie en Sassicaia.
